Wandeling vanaf bushalte Valkenswaardseweg, Waalre naar station Geldrop.
Deze wandeltocht voert ons door een verrassend gevarieerd landschap rond Valkenswaard, Gijzenrooi en Zesgehuchten. Onderweg komen we door bossen, langs vennen en visvijvers, over oude zandpaden en door een kleinschalig Brabants landschap. Maar minstens zo interessant is de geschiedenis die hier op veel plekken nog voelbaar is. Van valkenvangers en viskwekers tot smokkelaars, postbodes en een legendarische herbergierster: het landschap vertelt onderweg zijn eigen verhaal.
We beginnen bij het Wandelpark, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1928. Philips kocht toen ongeveer 150 hectare grond van de gemeente Valkenswaard. Het ging om een uitgestrekt heidegebied met enkele vennen en naaldbossen die op voormalige heide waren aangeplant. Philips wilde hier arbeiderswoningen bouwen, met aansluitend een wandelpark.
De arbeiderswoningen kwamen er uiteindelijk niet. Op een deel van het terrein werd een golfbaan aangelegd. In 1930 verkocht Philips een deel van het gebied voor het symbolische bedrag van één gulden terug aan de gemeente Valkenswaard, die het wandelpark realiseerde. De stenen bank herinnert hier nog aan.
Lopend langs de golfbaan, waar je niet veel van ziet, bereik je na enige tijd bereik je de visvijvers rechts van het pad. Door de begroeiing is er niet veel van te zien, maar horen doe je des te meer. Op de uitgestrekte heide werden vroeger valken gevangen, vooral slechtvalken. De heide was daarvoor bijzonder geschikt. De gevangen vogels werden getraind en vervolgens verkocht aan adellijke hoven in binnen- en buitenland. Rond 1900 verdween de vraag naar valken en moest men op zoek naar een andere manier om inkomsten uit het gebied te halen. Er werd bos aangeplant en natte laagtes werden uitgegraven tot visvijvers. Vooral karper werd hier gekweekt. Tot in de jaren vijftig was karper populair volksvoedsel. De viskweek trok vanzelfsprekend ook andere dieren aan. Otters en visetende vogels profiteerden van de overvloed aan voedsel, maar werden destijds gezien als schadelijke concurrenten en bestreden. Dat veranderde nadat Brabants Landschap de vijvers in 1978 overnam. De viskweek werd geleidelijk afgebouwd en in 2002 helemaal beëindigd. De rust keerde terug en de zogenaamde ‘mee-eters’ zijn inmiddels weer van harte welkom en die hoor je. Knobbelzwanen, grauwe ganzen, verschillende soorten eenden en futen zijn er te vinden. In de rietkragen broeden bijzondere soorten als de roerdomp en het woudaapje.
Door het gebied stroomt de Tongelreep. Het riviertje ontspringt in België, op het Kempisch Plateau, onder de naam Warmbeek. Bij de Achelse Kluis passeert het de grens en krijgt het de naam Tongelreep. Oorspronkelijk was het een kronkelende laaglandbeek. Op verschillende plaatsen werd de beek rechtgetrokken, onder andere om de aanleg van de visvijvers mogelijk te maken. Uiteindelijk vervolgt de Tongelreep zijn weg noordwaarts en mondt hij uit in de Dommel, in Eindhoven. Het stuk waar je langs wandelt is autentiek meanderend en een gebied waarin de ijsvogel voorkomt, net als bevers. Misschien zie je een van deze dieren of hun sporen.
Na een stuk boerenland en bos brengt de tocht je na zo'n 7 km naar de Hut van Mie Pils, vroeger bekend als de Aalsterhut. Hier stond vanaf 1717 een herberg aan de postroute tussen Eindhoven en Hamont, het huidige België. De herberg behoorde tot de toenmalige gemeente Zesgehuchten, maar kreeg de naam Aalsterhut omdat hij op de kaart in de richting van Aalst lag. En hoewel de naam anders doet vermoeden, was het helemaal geen hut, maar een stenen huis. In de negentiende eeuw werd de plek beroemd dankzij de uitbaatster Johanna Maria, oftewel Mie, van den Broek. Zij was getrouwd met boer en eigenaar Jef Peels. Mie was bepaald niet overdreven hygiënisch. Ze gebruikte voor haar gasten één glas, dat ze na gebruik even omspoelde voordat het opnieuw werd gevuld. Toch liep de herberg goed. De ligging bij de bossen en vlak bij de Belgische grens maakte de plek aantrekkelijk voor allerlei volk. Smokkelaars en landlopers vonden er een schuilplaats, maar ook gewone zondagse wandelaars wisten de herberg te vinden. In 1925 stortte de oorspronkelijke hut in. Het café dat later iets noordoostelijker werd gebouwd, is dus niet de plek waar Mie Pils ooit achter de tap stond. Jij kunt er echter nog steeds naartoe voor een welverdiende pauze.
De oorspronkelijke Groote Heide was een uitgestrekt, open heidegebied met vennen en zandpaden. Bomen waren schaars. Over de heide trokken wevers met hun vracht op de rug, herders, turfstekers en reizigers. Ook de postkoets maakte gebruik van de zandpaden. Een van de mensen die hier regelmatig onderweg was, was postbode Harrie van Vlerken. Als Mie Pils een brief kreeg, moest Harrie vanuit Zesgehuchten ongeveer een half uur dwars door de hei fietsen om de post bij de Aalsterhut te bezorgen. Mie beloonde hem steevast met een glas bier. De inwoners van Zesgehuchten wisten dat Harrie voor iedere brief een flinke tocht moest maken. Omdat Harrie in het dorp nogal actief was en zich graag overal mee bemoeide, besloten zijn dorpsgenoten hem eens voor de gek te houden. Ze spraken af om ansichtkaarten naar Mie te sturen met daarop slechts de hartelijke groeten. Het gevolg was dat Harrie steeds opnieuw met zijn fiets over de heide moest. Mie begreep er niets van: waarom kreeg zij ineens kaarten van mensen die ze helemaal niet kende? Harrie kreeg ondertussen wel telkens zijn biertje. Uiteindelijk kreeg hij het voor elkaar om de ansichtkaarten voortaan op te sparen en eenmaal per week te bezorgen. Voor echte brieven en pakjes gold die regeling echter niet. En toen begonnen de pakjes opvallend zwaar te worden. Harrie vroeg zich af wat Mie toch allemaal ontving. Het mysterie werd opgelost toen Mie zich bij hem beklaagde over het vreemde pakje dat iemand haar had gestuurd: een baksteen.
Kijk hier eens door je oogharen en probeer je Harrie voor te stellen, ploeterend op zijn fiets over de zandpaden van de Groote Heide. Met een beetje fantasie zie je hem zo aankomen. Na de bakstenenstunt lieten zijn dorpsgenoten hem gelukkig met rust.
De tocht gaat verder door Gijzenrooi. Hier lijkt het landschap op sommige plaatsen nauwelijks veranderd. We wandelen door een kleinschalig, ‘ouderwets’ Brabants landschap met zandpaden, akkers, heggen, bloemen en poelen. Het gebied is rijk aan natuur. Vogels, kikkers en padden vinden hier een geschikt leefgebied. Op het laagste punt ligt de Zegge, een vrijwel ondoordringbaar elzenbroekbos. Daaromheen liggen natte graslanden waar onder andere pinksterbloemen en koekoeksbloemen groeien. Daar weer omheen liggen oude, onregelmatig verkavelde bolle akkers. Op de biologische akkers wordt graan verbouwd. Dat levert in de zomer een kleurrijk beeld op met grote hoeveelheden korenbloemen, klaprozen en kamille. Het is alsof je tientallen jaren terug in de tijd wandelt. Ook de naam Gijzenrooi vertelt iets over het verleden. ‘Rooi’ of ‘rode’ verwijst in deze streek naar een ontginning waarbij bomen werden gerooid om grond vrij te maken. Gijzenrooi was vermoedelijk de ontginning van ene Gijsbrecht. Veel plaatsnamen op -rode stammen uit de twaalfde en dertiende eeuw.
Eenmaal in de bebouwde kom komen we bij Huize Josephine, de voormalige woning van de eerder genoemde postbode. Het pand is gebouwd in 1876 als jachthuis voor textielfabrikant Eijcken. Postbode Harrie van Vlerken woonde er met zijn vrouw Josephine en gaf het de huidige naam. Toen Harrie in een bejaardenhuis terechtkwam, schonk hij zijn huis en tuin aan de Stichting Bejaardenzorg om in de tuin een bejaardenhuis te bouwen. De voorwaarde die hij eraan verbond was dat het jachthuis zou worden behouden in de staat waarin het in 1932 was. In 1984 moest het jachthuisje toch gesloopt worden omdat het bejaardenhuis moest worden uitgebreid. De kenmerkende originele attributen, zoals de koepel, voordeur, kozijnen met boogramen en het glas-in-lood werden bewaard. De huidige eigenaren hebben het pand herbouwd op de locatie waar je het nu nog kunt bewonderen.
Verderop staat de Maria- en Brigidakerk, gebouwd tussen 1879 en 1884. De kerk is uitgevoerd in neogotische stijl en is een rijksmonument.
Tegenover de kerk staat het voormalige gemeentehuis van Zesgehuchten. Wie goed kijkt, ziet linksonder in de ramen nog de plaats waar vroeger spijlen zaten. Daar bevond zich de plaatselijke gevangenis. Aan de zijkant van het gebouw is een tegeltableau aangebracht waarop de zes gehuchten van de voormalige gemeente worden genoemd. De namen wijken enigszins af van de opsomming die elders wordt gebruikt: Papenvoort, Zand, Hout, Geicenrooi, Riel en Hulst. Dat zelfs de inwoners het niet altijd eens waren over welke zes gehuchten nu precies tot Zesgehuchten behoorden, blijkt uit een bezoek van de commissaris van de Koningin op 15 mei 1902. Hij constateerde dat het gemeentebestuur het daar onderling al niet over eens was.
Het laatste deel van de wandeling voert ons langs de Harrie van Vlerkenstraat – daar is hij weer – en vervolgens door het Beekweidepark richting station Geldrop.
Derived from the technical difficulty and the stamina requirements.
Track types
Public transport
Public-transport-friendly
Neem vanaf station Eindhoven de bus naar bushalte Valkenswaardseweg, Waalre.
De tocht eindigt bij station Geldrop.
Coordinates
Book recommendations for this region:
Derived from the technical difficulty and the stamina requirements.

User Questions